Bijna elke Nederlandse werknemer spreekt wel wat Engels en heeft op school Duits gehad. Of dat genoeg is, blijkt pas in het werk: bij een offerte die anders overkomt dan bedoeld, een beursgesprek waarin een collega stilvalt of een Duitse inkoper die halverwege het gesprek overstapt op zijn eigen taal.
Een werkgever die in taaltraining wil investeren, staat dan voor de vraag welke taal voorrang krijgt. Het antwoord hangt minder af van het niveau van de medewerkers dan van de vraag met wie zij zakendoen en in welke situaties het nu misgaat.
Zakelijk Engels: toon, vaktaal en spreekdurf
Engels is de voertaal in contact met internationale klanten buiten het Duitse taalgebied, op beurzen en in videocalls. Het probleem zit daar zelden in de woordenschat. Nederlanders klinken in het Engels vaak botter dan bedoeld, doordat ze letterlijk vertalen. Ook ontbreekt vaak de vaktaal van de eigen branche: een verkoper van elektronica heeft andere woorden nodig dan een HR-medewerker die internationale kandidaten spreekt. En begrijpen lukt meestal wel, maar zelf het woord nemen in een overleg met moedertaalsprekers is lastiger. Een goede training oefent daarom met de echte gesprekken, e-mails en presentaties van het team.
Zakelijk Duits: de buurman doet graag zaken in eigen taal
Duitsland is al jaren de grootste handelspartner van Nederland, en toch doen veel bedrijven hun Duitse zaken in het Engels. Duitse bedrijven, vooral in het mkb en de industrie, hechten aan zakendoen in hun eigen taal, en hun zakencultuur is formeler. Daarnaast spreken planners, chauffeurs en magazijnmedewerkers aan Duitse kant lang niet altijd vlot Engels. Een cursus zakelijk Duits richt zich op telefoneren, correspondentie met de juiste aanhef en het formele Sie, vaktermen uit de eigen branche en de omgangsvormen rond titels, stiptheid en kritiek.
Welk niveau nodig is
Het Europees Referentiekader, met de schaal van A1 tot C2, maakt het doel concreet. Voor telefoneren en e-mailen is B1 tot B2 doorgaans het streefniveau, voor onderhandelen en presenteren B2 of hoger. Een meting vooraf voorkomt dat er te veel of te weinig uren worden ingepland. In de trainingen zakelijk Engels van Speak and Spoke wordt het startniveau per deelnemer in een intake vastgesteld, en volgt na afloop een beoordeling met een niveau-indicatie en concrete vervolgstappen.
Groepscursus, online of op het bedrijf
Een open avondcursus past bij een medewerker die zijn taal wil bijhouden, maar is algemeen van inhoud. Online zelfstudie is handig voor woordenschat en grammatica, maar mist de oefening in spreken onder druk. Een incompany training vindt plaats op het eigen bedrijf, in werktijd of aansluitend op de dienst, en bouwt de lesstof op rond de eigen klanten en producten. Op speakandspoke.nl wordt de training zakelijk Duits beschreven voor bedrijven die zaken doen met Duitsland, Oostenrijk en Zwitserland, met een vaste trainer en begeleiding op de werkvloer.
Hoeveel tijd het kost
Wie met schoolkennis Duits naar een werkbaar B1-niveau voor telefoon en e-mail wil, kan rekenen op ongeveer twaalf weken met wekelijkse sessies en tussendoor oefenen. Bij Engels merken leidinggevenden vaak na drie tot vier weken dat medewerkers vaker zelf het woord nemen. Een bedrijf dat met beide markten werkt, hoeft niet te kiezen: de verkoopafdeling kan Duits volgen terwijl de klantenservice met Engels aan de slag gaat.
Foto: @boetter, CC BY 2.0
